Frankrijk

Onze 14-daagse roadtrip door Zuid-Frankrijk vanuit Nice: zo zag het eruit (2026)

Côte d'Azur

We hadden lang getwijfeld: gaan we in hoogseizoen naar Zuid-Frankrijk of niet? De verhalen over volgepakte Rivieras, wachtrijen bij bezienswaardigheden en absurde hotelprijzen in juli en augustus zijn niet zonder reden ontstaan. Maar we hadden twee weken tijd, een cadeau van een lang trouwjaar, en besloten om het gewoon te doen. Vanuit Nice een roadtrip van veertien dagen, met een route die ons van de bling-bling Côte d’Azur naar de veel rustigere Camargue zou brengen. Het bleek precies de juiste keuze te zijn geweest: door slim de drukte te vermijden en op de juiste momenten in de auto te stappen, hadden we een van onze beste vakanties in jaren.

Dit is ons complete verslag, met de plekken die we anderen écht aanraden, de hotels waar we sliepen, en de dingen die we anders zouden doen als we het opnieuw deden. Voor wie zelf een Zuid-Frankrijk roadtrip plant, hopen we dat dit artikel een goede basis geeft.

Basis: Nice als startpunt voor de eerste vier dagen

We kozen bewust voor Nice als beginpunt. De luchthaven ligt op vijf minuten van de kust, er zijn directe vluchten vanuit Schiphol en Eindhoven van meerdere maatschappijen, en de stad zelf is een fantastische basis om de oostelijke Côte d’Azur te verkennen zonder dat je meteen ver moet rijden.

Voor de eerste vier nachten kozen we voor een appartement in het Quartier des Musiciens, iets landinwaarts van de Promenade des Anglais maar op loopafstand van alle wijken die je wilt zien. We boekten ons appartement in Nice via Booking.com en waren blij met de keuze: eigen keuken, wasmachine, en ’s ochtends je koffie op het balkon zonder ontbijtbuffet-stress. In hoogseizoen zijn appartementen vaak een betere deal dan hotels omdat je je eigen maaltijden kunt maken en niet elke lunch of ontbijt op het terras hoeft te betalen.

Nice zelf verdient minimaal twee volle dagen. De oude binnenstad (Vieux Nice) is een labyrint van smalle steegjes met markten, bakkerijen die socca (kikkererwtenpannenkoek, een lokale specialiteit) verkopen en piepkleine wijnbars. De Cours Saleya-markt in de ochtend is een must voor iedereen die van eten houdt. In de middag hoort een lange wandeling over de Promenade des Anglais erbij, en ’s avonds klim je naar Colline du Château voor het zonsondergang-uitzicht over de baai. Voor wie eens iets anders wil dan strand, kan de MAMAC (moderne kunst museum) een verrassend tegenwicht bieden aan het zonvakantie-programma.

Huurauto regelen via Sunny Cars

Voor een roadtrip door Zuid-Frankrijk is een huurauto onmisbaar. De bezienswaardigheden liggen verspreid, het OV in het binnenland is beperkt en de flexibiliteit om spontaan een dorpje binnen te rijden is de helft van de lol. Wij regelden onze auto via Sunny Cars en haalden hem op nabij Nice Aeroport. Voor Zuid-Frankrijk in hoogseizoen is een all-in verzekering echt een aanrader: de wegen kunnen behoorlijk druk zijn en tol-borden liggen om de paar kilometer, waarbij je vaak niet weet welke schade of extra kosten je later kunt krijgen. Onze ervaring met Sunny Cars is dat er nooit onaangename verrassingen zijn bij de balie. Kies een compacte automaat: parkeergarages in Zuid-Franse stadjes zijn krap, en veel dorpjes hebben straatjes die aanvoelen als voetgangerspaden.

Dag 2-3: Èze, Monaco en Menton

Vanaf Nice heb je een van de mooiste kustroutes van Europa binnen handbereik. De drie corniches (kustwegen) tussen Nice en de Italiaanse grens bieden alle drie een ander perspectief: de Grande Corniche voor uitzichten van hoog, de Moyenne Corniche voor bergdorpjes zoals Èze, en de Basse Corniche voor de kustlijn zelf. We reden ze deels combineerbaar en pakten Èze mee op de heenweg naar Monaco.

Èze is een pittoresk middeleeuws dorpje op een rotstop, met een botanische tuin bovenaan die een van de mooiste uitzichten van heel Zuid-Frankrijk biedt. Op een heldere dag zie je tot in Corsica. Ga vroeg in de ochtend want vanaf 11:00 komen de touringcars aan. In Monaco liepen we door tot Monte Carlo, bezochten het beroemde casino (alleen van buiten, tenzij je perfect gekleed bent), en aten een lunch in de Condamine-wijk waar de prijzen enigszins normaal zijn. Menton, iets voorbij Monaco, is verrassend rustig gebleven en kreeg onze voorkeur boven Monaco als lunch-plek: pastelkleurige gevels, een prachtige oude haven en een citroenteelt die de stad wereldberoemd maakt.

Terugweg naar Nice via de Grande Corniche voor de beste zonsondergang-foto’s. De hele lus is te doen in één dag, maar begin vroeg (ontbijt om 7:30, vertrek om 8:30 uiterlijk) om de drukte voor te blijven.

Dag 4: Antibes en Cap d’Antibes

Onze laatste dag vanuit Nice trokken we westwaarts naar Antibes. De oude stad Antibes-Juan-les-Pins heeft een prachtig Picasso-museum in het Château Grimaldi, waar de kunstenaar in 1946 zes maanden woonde en werkte. Voor wie de kunstgeschiedenis van de Côte d’Azur wil begrijpen: dit museum is een goede start. Reserveer tickets voor het Picasso-museum via Tiqets om de rij te vermijden.

Vanaf het museum wandelden we langs de wallen naar de kleine haven, waar we lunchten op het terras met een salade Niçoise en een glas rosé. In de middag reden we naar Cap d’Antibes voor de befaamde wandeling langs de kust: het “sentier du littoral” is een gratis pad met villa’s van miljardairs aan de ene kant en de Middellandse Zee aan de andere. Een van de weinige plekken waar je gratis dicht bij dit luxe segment van de Côte d’Azur kunt komen.

Dag 5-6: Cannes en Îles de Lérins

Op dag 5 verhuisden we naar Cannes voor twee nachten. Ons hotel in Cannes was via Booking.com geboekt en lag op vijf minuten van de Croisette (de beroemde boulevard). Cannes in juli of augustus voelt luxueus en druk tegelijk, en één hotel-nacht was voor ons genoeg om de sfeer mee te maken. Voor wie het filmfestival-gebouw wil zien staat er een klein muurschildering van beroemde acteurs, en de haven ernaast heeft yachts die bijna te groot zijn om te bevatten.

De echte reden om in Cannes een dag extra te blijven zijn de Îles de Lérins, twee kleine eilanden op vijftien minuten varen vanaf de haven. Sainte-Marguerite is bekend om het fort waar “de man met het ijzeren masker” gevangen zat, en Saint-Honorat is bewoond door cisterciënzer monniken die er wijn produceren. Beide eilanden zijn autovrij en hebben een handvol perfect helder-blauwe zwemplekken. Voor ons was Saint-Honorat het hoogtepunt: een middag tussen eucalyptussen wandelen, een biertje van de monniken drinken en verder helemaal niks. Het perfecte antidoot voor de sfeer van Cannes zelf.

Dag 7: St-Paul-de-Vence en Grasse

Voordat we verder richting het binnenland reden, pakten we nog één klassieke Côte d’Azur-stop mee: St-Paul-de-Vence. Dit ommuurde bergdorpje op vijfentwintig minuten van Nice trok in de jaren ’60 kunstenaars als Chagall, Miró en Léger. De Fondation Maeght, iets buiten het dorp, heeft één van de mooiste privé-kunstcollecties van Europa met werken van Miró, Giacometti en Braque. Een middag hier is heel goed te combineren met een lunch in het dorp zelf.

In de middag reden we door naar Grasse, de parfumhoofdstad van de wereld. Bezoek een van de klassieke parfumhuizen (Fragonard, Molinard of Galimard) voor een gratis rondleiding, en voor wie het leuk vindt: je kunt er in twee uur je eigen parfum maken voor rond de 50 tot 80 euro. Een bijzondere herinnering aan Frankrijk om mee naar huis te nemen. Reserveer een parfum-workshop of rondleiding via Tiqets voor de scherpste tarieven.

Dag 8-9: Verdon-gorge, de grote ontsnapping

Op dag 8 stapten we in de auto voor onze eerste écht landelijke stop: de Gorges du Verdon. Deze grand-canyon-achtige kloof in het binnenland van de Provence is de diepste van Europa (tot 700 meter) en heeft een turquoise rivier die door de indrukwekkende rotswanden slingert. Twee dagen hier waren voor ons de perfecte tegenpool na de drukte van de kust.

We overnachtten in Moustiers-Sainte-Marie, een van de “plus beaux villages de France” (mooiste dorpjes van Frankrijk), met zijn karakteristieke ster die tussen twee kliffen hangt. Ons hotel in Moustiers was via Booking.com geboekt en lag op vijf minuten van het centrum. Reserveer vroeg want de dorpshotels zijn beperkt.

Overdag deden we twee dingen: dag één een auto-tocht langs de Route des Crêtes voor de meest spectaculaire uitzichten (een 23 km lange lus met veertien uitkijkpunten), en dag twee huurden we een elektrisch bootje op het Lac de Sainte-Croix om de ingang van de kloof vanaf het water te bekijken. Het zwemmen in de kloof zelf is legendarisch: helder turquoise water, hoge kliffen aan weerszijden. Voor wie liever een georganiseerde ervaring wil, zijn er excrursies naar de Gorges du Verdon via GetYourGuide beschikbaar met kajaks of raften.

Dag 10: Aix-en-Provence, elegantie in de Provence

Van Moustiers reden we in twee uur door naar Aix-en-Provence, de historische hoofdstad van de Provence en volgens veel Fransen de mooiste stad van het land. De centrale boulevard Cours Mirabeau met zijn eeuwenoude platanen, de dagelijkse markten op verschillende pleinen, de vele fonteinen (Aix is bekend als “de stad van duizend fonteinen”) en de talrijke terrassen maken het een stad waar je uren kunt slenteren.

De hoogtepunten van Aix in één dag: de vroegmarkt op de Place Richelme, de Cézanne-wandeling langs plekken waar de schilder werkte, en de Cathédrale Saint-Sauveur. Onze lunch was op een terras aan de Place des Cardeurs, gevolgd door een bezoek aan het Musée Granet voor wie van kunst houdt. Aix voelt in juli minder toeristisch dan Nice of Cannes omdat het niet aan de kust ligt en dus geen strand-toeristen trekt.

Dag 11: Cassis en de calanques

Bijna heilig verklaard door de locals: Cassis, een charmant vissersdorp aan zee ten oosten van Marseille, met daarachter de spectaculaire calanques (fjord-achtige kliffen). Wij begonnen met een boottocht van 45 minuten die door drie van de mooiste calanques vaart: Port-Miou, Port-Pin en En-Vau. Het water is helderder blauw dan je je kunt voorstellen en de witte kliffen contrasteren met de mediterraanse vegetatie.

’s Middags aten we lunch in het havendorp Cassis zelf en dronken een glas van de bijzondere Cassis-witte wijn (niet te verwarren met de zwarte bes-likeur, die heet crème de cassis). Voor wie wil kan je ook wandelen naar de calanques, maar in juli en augustus zijn de paden vaak dicht in verband met brandgevaar. Boot is dus de veilige keuze.

Dag 12-13: Camargue, Arles en Nîmes

Voor het einde van onze roadtrip verruilden we de kust definitief voor het platteland: de Camargue. Deze uitgestrekte moeraslandbouw ten zuidwesten van Arles is een van de meest bijzondere ecosystemen van Europa, met wilde flamingo’s, witte paarden, zwarte stieren en Franse cowboys (gardians). Twee dagen hier gaven ons de kans om zowel de natuur als de nabijgelegen historische steden Arles en Nîmes te bezoeken.

Arles is de stad waar Van Gogh in 1888-1889 zijn beroemdste werken schilderde. De sporen van de schilder zijn overal terug te vinden: café Van Gogh op de Place du Forum (“Café Terrace at Night” is hier geschilderd), de Espace Van Gogh (voormalig ziekenhuis waar hij verbleef) en het Fondation Van Gogh museum. Ook zonder Van Gogh is Arles een gouden stad: het Romeinse amfitheater is nog steeds in gebruik voor stierengevechten (in Franse variant, dus zonder dodelijke afloop), en het antieke theater biedt de zomeravonden concerten. In Nîmes zijn de Maison Carrée (perfect bewaarde Romeinse tempel) en het amfitheater nog indrukwekkender dan die van Arles. Voor het binnenland is deze regio verreweg het meest historisch-rijke deel van Zuid-Frankrijk.

Dag 14: terug naar Nice via Aix

Voor de laatste dag reden we relaxed terug naar Nice, waar we onze auto terugbrachten en ’s avonds nog een laatste diner op de Cours Saleya hadden. Van Arles naar Nice is ruim drie uur rijden, dus we vertrokken ’s morgens vroeg en pakten de zonsondergang mee vanuit de auto. Voor wie meer wil weten over hoe je de reis nog voordeliger kunt maken, is onze gids over de beste boekingssites voor vlucht en hotel een goede tweede stap.

Andere aanraders die we niet hebben gedaan

Voor wie meer dan veertien dagen heeft, of wie een deel van onze route wil skippen om iets anders in te ruilen, zijn dit de plekken die we vaak hoorden aanraden maar die we niet hebben gehaald.

Marseille is een controversiële stad: sommige mensen zweren erbij, anderen mijden hem. Wij lieten hem bewust wegvallen omdat we in Cassis genoeg havensfeer hadden. Saint-Tropez is in juli-augustus de duurste en drukste plek van heel Zuid-Frankrijk, waar toeristen samen komen kijken naar rijken en beroemdheden. Wie graag mensen kijkt: aanrader. Wie liever authenticiteit: overslaan. Avignon met het beroemde Palais des Papes is een toepasselijke stop tussen Aix en Camargue, en had wat ons betreft een dag verdiend als we een dag meer hadden gehad. Roussillon in de Luberon met zijn rode oker-huizen is een van de meest gefotografeerde dorpjes van de Provence.

Wat we anders zouden doen

Drie tips voor wie deze trip wil herhalen. Eén: vermijd het weekend van 15 augustus (Assomption). Dat is de nationale vakantiedag en heel Frankrijk is dan op vakantie: hotels vol, wegen vast, restaurants zwaar gebookt. Twee: boek Verdon-hotels minimaal drie tot vier maanden vooruit. De dorpshotels zijn beperkt in aantal en gaan snel weg. Drie: voor wie in hoogseizoen gaat is een appartement met keuken (via Booking.com of andere aanbieders) vaak beter dan een hotel. Onze gids met betrouwbare websites voor vakantiehuizen helpt bij die keuze.

Voor wie deze reis zelf wil plannen: juli en augustus zijn de warmste maanden en dus ook de drukste. Wie flexibel kan zijn, kiest juni of september, waarop je exact hetzelfde weer krijgt maar tot 40% minder betaalt. Onze gids over de beste reistijd in juli met minder drukte en over de goedkoopste maand om op vakantie te gaan in 2026 helpen om je vertrek slim te plannen. Zuid-Frankrijk is duurder dan andere Zuid-Europese bestemmingen, maar met een goede planning en de juiste route valt het reuze mee. We komen zeker terug.

Boek direct: ✈ Vind jouw goedkoopste vlucht hier! 🏨 De beste hotels voor de laagste prijs!
✈️ Vind jouw goedkoopste vlucht hier! 🏨 De beste hotels voor de laagste prijs!